Welzijnszorg, samen tegen armoede

Dit jaar gaat de aandacht daarbij naar kinderarmoede. In ons rijke Vlaanderen leven 1 op 5 kinderen in de buitenbaan, zoals de affiche zegt. Anders gezegd: 20 procent van de kinderen leeft in armoede, en dat heeft veel ergere gevolgen dan we wellicht wisten: niet minder dan een half miljoen kinderen krijgt door die armoede onvoldoende (onderwijs)kansen. Dat uit zich niet alleen in het niet hebben van noodzakelijke schoolmaterialen als een boekentas, notitieschriften, schoolboeken, een computer of een tablet, maar ook in het niet kunnen deelnemen aan sport en verplichte studiereizen. Heel vaak is het ook te zien in lege brooddozen, of brooddozen met koude frieten van de vorige dag, of beschimmeld brood. Immers, ook gezonde voeding zit er niet in, want daarvoor is er geen geld. De negatieve gevolgen van armoede uiten zich dus op alle domeinen, zowel in het gewone leven als in het schoolse leven: wat overal als noodzakelijk en als normaal beschouwd wordt, kunnen kinderen in armoede zich niet veroorloven, niet thuis en niet op school. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die kinderen heel dikwijls problemen hebben op school, dat ze niet goed presteren, dat ze meer onvoldoendes dan voldoendes oplopen, waardoor ze vaak moeten dubbelen en terechtkomen in een richting waar ze helemaal niet thuishoren en waar ze ook niets voor voelen. Om de staalharde keten van armoede helemaal aan te spannen, lopen die kinderen dus vaak echt achterstand op, wat zich dikwijls vertaalt in schoolmoeheid en in vroegtijdig schoolverlaten zonder diploma, zonder iets in handen. Dat vertaalt zich op zijn beurt in de onmogelijkheid om  werk te vinden. En zo blijft armoede bestaan, en erger nog: zo wordt armoede erfelijk. Onderzoek toont inderdaad al tientallen jaren aan dat armoede effectief leidt tot armoede, en dat het heel moeilijk is om zich uit dat stramien te bevrijden.

 

Twintig procent van onze kinderen zit in dat stramien opgesloten, en dat kan niet en dat mag niet. Vandaar de aanbevelingen van ‘Samen tegen armoede, Welzijnszorg’. Vooreerst moet het onderwijs betaalbaar zijn voor iedereen, moet een school openstaan voor iedereen, en moet de lerarenopleiding zodanig verbreden en verdiepen dat de leerkrachten oog en oor hebben voor de realiteit waarin ze werken. Om dat te bereiken, vraagt Welzijnszorg om onze steun, zodat ze zelf instellingen en verenigingen kan steunen die zich direct inzetten voor de problematiek waarmee scholen te maken krijgen.

 

Op de tweede zondag van de advent luidde de slogan: ‘Als het van God afhangt, loopt geen enkel kind in de buitenbaan.’ Het zou goed zijn als de slogan vanaf heden zou zijn: ‘Als het van ons afhangt, blijft geen enkel kind in het stramien van de armoede opgesloten.’  De mensen vroegen Johannes de Doper: ‘Wat moeten we dan doen?’ Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ Dank aan de vele goede persoonlijkheden van mensen die gul deelden voor de 97 Sinterklaaspakketten, de voedselinzameling voor Poverello en voor ‘Samen tegen armoede, Welzijnszorg’. God zal lonen, en Kerst zal ‘zalig’ zijn bij Gods geboorte in die mensen – door uw gulle goedheid.

priester-administrator Rik Depré.

afbeelding: