Waarom vallen de vasten en Pasen zo laat?

Pasen valt in principe op de eerste zondag na volle maan na het begin van de lente (21 maart).

Heb jij ook de indruk dat het lang wachten is op Aswoensdag en het begin van de veertigdagentijd? Je bent niet alleen. Jouw gevoel is bovendien heel terecht, door een speling van de astronomische en de liturgische kalender. Daardoor valt Pasen dit jaar slechts op 21 april en begint dus ook de vasten veel later dan andere jaren.

Dat Aswoensdag dit jaar zo laat valt, is het gevolg van de berekening van de Paasdatum. Het Concilie van Nicea bepaalde in 325 na Christus dat Pasen plaatsheeft op de eerste zondag na de volle maan na het begin van de lente.

22 maart en 25 april zijn theoretisch de vroegste en laatst mogelijke datums voor Pasen.

Het begin van de lente wordt astronomisch bepaald door de equinox, het tijdstip in het jaar waarop de zon loodrecht boven de evenaar staat. Dat is ten vroegste op 19 maart en ten laatste op 21 maart 's avonds.

Bij het bepalen van deze twee datums is de plaats waar die equinox wordt gemeten bovendien van doorslaggevend belang voor de paasdatum: kies je Greenwich - vanwege het fundamentele belang van de meridiaan van Greenwich - of kies je omwille van religieuze motieven Jeruzalem? Door het verschil van tijdzone ligt daartussen drie uur verschil.

De wiskundige Carl Friedrich Gauss legde in 1800 een heel praktische procedure vast, die nog steeds wordt gebruikt. Omdat de volle maan op de ochtend van 21 maart volgens die methode nog steeds als winter wordt beschouwd, verschijnt de eerste volle maan van de lente pas in april - en dus wordt Pasen gevierd op 21 april.

Pas in 2038 vallen Pasen en de periode van veertig dagen van voorbereiding opnieuw zo laat.

Bron: Kerknet

Goede Veertigdagentijd aan al wie zich met onze geloofsgemeenschap verbonden weet.

Namens de beleidsploeg, diaken Danny en priester Rik.

afbeelding: